Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
’s Nachts ken ik maar één adres. De plek waar het verlangen dieper is dan
een afgrond en
de duisternis ondoordringbaar als het hart van een regenwoud. Wie hier komt, weet
dat hij
of zij voor enkele ogenblikken of voor enkele uren of misschien voor altijd van
de aardbodem
zal verdwijnen. Het is een plek die overdag niet aanwijsbaar is, en slechts door
ingewijden
wordt herkend. Geen vast adres, geen huis, geen gebouw, maar een beweeglijke
zwarte vlek
die als een schaduw door de stad reist en opslokt wie wil worden opgeslokt. Kijk
maar op de
miljoenen foto’s die elke jaar over de hele wereld uitzwermen. Er is nooit iets
op te zien wat je
niet in de werkelijkheid kunt aanwijzen. Maar loop door de stad en het verschijnt
als een stofje
in je ooghoek. Trillend. Veelbelovend. Ongrijpbaar. Dodelijk. De vorm aannemend
van je geheim-
ste verlangens.
Er zijn vrouwen voor mannen en mannen voor vrouwen. Zoals er vrouwen zijn voor
vrouwen en
mannen voor mannen. Zoals er vrouwen zijn die voor je ogen in mannen veranderen
en omge-
keerd.’
(Bladzijde 57-58) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.