Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Alsof ik mezelf eindelijk kan voelen zoals ik vanaf mijn geboorte werd
bedoeld. Terwijl overal,
uit elke porie, druiven opwellen en overal, uit elke porie een mond begint te
groeien.
Ik herhaal: geloof mij, maar hou het verhaal voor ogen van de man die alleen dat
geloofde waar
hij zijn vinger in kon leggen.
Bijvoorbeeld: er is een huis dat elke ochtend in het eerste licht oplost en
elke nacht op een an-
dere plek opduikt. Een ander voorbeeld: sommige ochtenden word ik wakker in een
meisjesli-
chaam en andere ochtenden in een jongenslichaam. Nog een ander voorbeeld:de Lac
d’Amour
reist door de stad als een bloedlichaampje door de aderen.
Hier is mijn laatste leugen: op een dag blijf je zonder enige aanleiding midden
op straat staan. Je
hoort de stem niet die bezorgd en verwonderd je naam roept. Je hoort de auto’s
niet die voor je
halt houden zoals ze dat in andere landen doen voor heilige dieren.’
(Bladzijde 69) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.