Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘Enerzijds wijst hij de hem aangeboden waardigheid van koning af, anderzijds
verheft hij zich tot god. Hem is ‘tragische
grootsprekerij’ verweten, zegt Diogenes Laërtius. Ook het einde van
Empedocles, zijn vrijwillige sprong in de vuurmuil
van de Etna, is volgens Diogenes Laërtius niet meer dan een gerucht dat
Empedocles zelf wellicht in omloop heeft ge-
bracht, want er waren berichten volgens welke hij vreedzaam op de Peloponnesos is
overleden. Volgens een andere
overlevering zou Empedocles bij wagenrennen dodelijk verongelukt zijn. Diogenes
voegt aan die berichten een eigen
spotdicht toe: ‘Ook jij wijdde je ooit, Empedocles, aan het hemelse vuur,/
Louterend in de laaiende gloed je vergankelij-
ke lijf;/ Niet dat je je met opzet neerwaarts in de Etna wierp,/ Nee, je zocht
een schuilplaats, en daarbij zonk je erin weg.’
(Diogenes Laërtius II, 146).
Zulke spottende ondertonen hebben Hölderlin niet van de wijs gebracht. Hij
was gefascineerd, zonder voorbehoud.’
(Bladzijde 164) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.