Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 15
‘Maar toen de verwarring toenam, fanatiek en woest. Ten slotte hakte hij op het
instrument in en sloeg het kort en
klein. Brieven schreef hij niet meer, maar hij ontwierp wel plannen voor hymnes,
waarvoor hij trefwoorden noteerde.
Zijn fantasie koos de verte, weg van het hier, naar het opene, naar de verte van
de hunkering, bijvoorbeeld naar het
eiland Tinian in de Stille Zuidzee, in die tijd een synoniem voor het paradijs:
‘zoet is het te dwalen/ in heil’ge wildernis’
(MA I, 417).
Zo leefde hij nog een tijdje voort, stil in zichzelf gekeerd en soms rabiaat
en woedend. Hij werd een last voor zijn huis-
baas, hij moest naar een bescheidener onderkomen verhuizen. Sinclair, die in het
voorjaar van 1806 uit Berlijn was te-
ruggekeerd, had met die laatste verhuizing al niets meer te maken. Hij hield zich
bezig met onderhandelingen over het
verdere lot van Hessen-Homburg.
Langzaam werd duidelijk dat dit kleine land politiek waarschijnlijk niet zou
overleven. Zo ging het ook: het antichambre-
ren en intrigeren bij Franse instanties tot en met Napoleon zelf mocht niet
baten: overeenkomstig de Rijnbondakte van ju-
li 1806 ging het landgraafschap Hessen-Homburg op in het nieuw gecreëerde
groothertogdom Hessen-Darmstadt.’
(Bladzijde 239) Morgen verder met dit hoofdstuk 15.