Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 14
‘ Aandenken
De noordooster waait,
De liefste onder de winden
Mij, daar hij vuur’ge geest
En behouden vaart belooft aan schippers.
Ga nu echter en groet
De schone Garonne,
En de tuinen van Bordeaux
Waar langs de steile oever
Loopt de vlonder en in de stroom
Diep valt de beek, maar daarboven
Toekijkt een edel paar
van eik en zilverpeppel:
Ik denk er graag aan terug, en hoe
Zijn brede kronen hangt
Het olmenbos over de molen,
Op het erf echter groeit een vijgenboom.’
(Bladzijde 226-227) Morgen verder met dit hoofdstuk 14.