Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 15
‘Blankenstein voelde zich in het nauw gedreven en begon aan zijn wraakactie. Op
29 januari richtte hij het volgende
schrijven aan de keurvorst van Württemberg: ‘Als Duitser en bewonderaar van
Uwe Keurvorstelijke Doorluchtige Hoog-
heid voel en acht ik me verplicht Uwe Hoogheid een zeer belangrijke mededeling te
doen, die hopelijk de moorddadige
plannen van enkele schurken zal weten te verijdelen’ (gecit. Naar Kirchner,
65). Vervolgens beschreef hij de avondlijke
gesprekken tussen Sinclair, Baz, Weishaar en anderen. Vooral het aandeel van
Sinclair wordt benadrukt: ‘Sinclair sprak
erover dat er een grote beslissende coup moest worden gewaagd’ (id., 66). Er
was concreet over gesproken om de keur-
vorst en zijn minister Wintzingerode uit de weg te ruimen. Er was ook al
uitgekeken naar kundige ‘individuen’ aan wie die
opdracht kon worden toevertrouwd.
In een volgende beschuldigende brief, van 7 februari 1805, valt dan ook de
naam ‘Hölderlin’. Die was ‘ook van de hele
zaak op de hoogte’ (id., 71).’
(Bladzijde 236) Morgen verder met dit hoofdstuk 15.