Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 15
‘In dezelfde zin spraken ook de ambtelijke dienst en het decanaat van
Nürtingen zich uit. Hölderlin was, na een
goed begin in het Stift, van zijn hoofdweg afgeweken en had zich verloren in
‘bijzaken’ als poëzie of vertalingen uit
het Grieks, en hij was ‘daardoor, namelijk door de overspannen studie, in zulk
een grote verwarring des gemoeds
geraakt dat hij geheel nutteloos geworden is’ (id., 211).
Er werd ook deskundig advies ingewonnen bij de heer Müller in Homburg, bij
wie Hölderlin tijdens zijn eerste ver-
blijf aldaar raad had gevraagd ‘wegens hypochondrie’. Müller benadrukte
evenwel dat hij Hölderlin en diens omstan-
digheden niet voldoende kende om een gedegen oordeel te kunnen geven. En toch
geeft hij er een, nadat hij hem in
verband met het deskundig advies een paar maal heeft bezocht: ‘Maar wat ben ik
geschrokken toen ik die man zo ont-
redderd aantrof, er viel geen verstandig woord met hem te wisselen, en hij
verkeerde zonder aanleiding in de heftigste
beroering […] En nu is hij zo ver dat zijn waanzin in razernij is overgegaan en
dat je zijn woorden, die half Duits, half
Grieks, half Latijn lijken te zijn, gewoon niet meer begrijpt’ (St.A. 7.2,
337).’
(Bladzijde 237) Morgen verder met dit hoofdstuk 15.