Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 15
‘Het onderzoek tegen Hölderlin werd tenslotte gestaakt, ook omdat de
landgraaf de instanties in Stuttgart had laten
weten dat hij graag wilde ‘dat de uitlevering van die man […] zou worden
voorkomen’ (aldaar, 138). Hölderlin bleef in
zijn ontredderde toestand bijna zonder hulp en heel alleen. Alleen de moeder van
Sinclair bekommerde zich om hem.
Sinclair zelf zat nog in hechtenis, en toen hij in de herfst van 1805 vrijkwam,
bleef hij niet in Homburg, maar trok zich
in Berlijn terug om de vijandige bejegeningen te omzeilen die ook in Homburg
tegen hem waren gericht. Sinclair was
niet geliefd, niet bij de burgers en niet bij zijn collega’s. Hij werd gezien
als arrogant en te veel verbonden met nieuwer-
wetse ‘praatjes’. Het is goed mogelijk dat in die argwaan ook een afwijzing
van zijn homoseksualiteit schuilging. De land-
graaf bleef echter achter Sinclair en ook Hölderlin staan.
Een van de dochters van de landgraaf, de nog ongehuwde Auguste, was bij
Hölderlins eerste verblijf in Homburg ver-
liefd op hem geworden en had hem tijdens zijn tweede verblijf een piano cadeau
gedaan, als dank voor het feit dat hij de
in 1804 verschenen Sophocles-vertaling aan haar had opgedragen. Hölderlin had
onafgebroken op de piano gespeeld,
aanvankelijk dromerig, teder, elegisch.’
(Bladzijde 238-239) Morgen verder met dit hoofdstuk 15.