Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 17
‘Hölderlin was al poëtische handeling geworden wat voor Nietzsche het
fundament van een culturele vernieuwing
was, namelijk de verbinding van het dionysische en het apollinische. Een grote
poëtische, maar ook nationale ge-
beurtenis. Hölderlin was ‘met zijn eenduidig onontleedbare waarzeggingen de
hoeksteen van de nabije Duitse toe-
komst en de roepende van de Nieuwe God’ (id., 301). Wat dat in detail ook moge
betekenen.
Die tekst werd vlak voor het uitbreken van de oorlog geschreven, maar George
gaf hem pas na de oorlog vrij
voor publicatie. De ‘Nieuwe God’ moest kennelijk niet verkeerd worden opgevat
als de god van de oorlog.
Norbert von Hellingrath, die voordat hij ten oorlog trok een vervroegde,
separate uitgave van deel vier als spe-
ciale druk verstuurde aan de ‘Kring’ en andere uitverkoren ontvangers,
bijvoorbeeld de schrijver Hugo von Hof-
mannsthal, hield in het voorjaar van 1915 in München, tijdens herstelverlof na
een ruiterongeluk, twee voordrach-
ten voor een uitgelezen publiek, onder wie Ludwig Klages, Rainer Maria Rilke en
Karl Wolfskehl: de ene voordracht
ging over Hölderlins ‘waanzin’, de andere over ‘Hölderlin en de
Duitsers’.’
(Bladzijde 266-267) Morgen verder met dit hoofdstuk 17.