Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Op dat ogenblik geloven we alles.. Ook de verhalen over een man die het bloed
van Christus
heeft opgevangen in een kom en over kruisvaders die enkele druppels ervan naar
onze stad
hebben gebracht. We zingen die verhalen tot leven. Tot onze adem de gestolde
bloeddruppels
vloeibaar heeft gemaakt. We verkleden ons in herders of in Romeinse soldaten. Het
meisje met
de witste huid krijgt een azuurblauwe kapmantel over de schouders en vouwt de
handen voor het
hart, terwijl haar gouden haren worden gevlochten. We nemen kinderen bij de hand
en trekken zin-
gend door de straten. Een man op een paard houdt een glas in de lucht waarin het
bloed parelt als
de zaden van een granaatappel.
Alles ziet er anders uit als het door gezangen wordt gedragen.
Misschien geloofden we dat alles opnieuw zou worden zoals het altijd was geweest.
Even vertrouwd.
Dat we de schaduwen die ons ’s nachts bezochten op de vlucht zouden drijven met
onze keel. We had-
den beter moeten weten.’
(Bladzijde 26) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.