Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Maar onze stad is bekend om haar behendigheid in het ontwijken van verboden.
Hebt u ons
al bekeken? We hebben een scheut Romeins, Germaans, Frans, Spaans en Hollands
bloed.
De vis kwam opnieuw tot leven in de pan. Sissend. Daarna ging ik voor het raam
staan wach-
ten. De lucht was dik als fluweel. We konden er ons hoofd op neervlijen als op
een kussen. Ik
wachtte. Tot de vis zich loom en wellustig een weg begon te zoeken door mijn
lichaam. Hij en
ik, elk aan een kant van de straat. Ik zag aan zijn glimlach dat hij voelde wat
ik voelde.
Het is onmogelijk dat twee mensen er in zo’n kleine stad in slagen om elkaar
niet tegen het lijf
te lopen. Het duurt nauwelijks een kwartier om de stad te voet middendoor te
snijden. De stad
die in twee helften openvalt als een watermeloen. Wat zit er in de watermeloen?
Een zwart hart.
Wat zit er in de stad? Juist.
Elke stad heeft haar eigen verhalen, haar eigen geheime deuren. Als je er een
voet binnenzet,
kun je niet terug.’
(Bladzijde 46) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.