Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
Maar er is ook waar die in het geheim wordt verkocht. Aangeprezen met sisgeluiden
die voor niet-
ingewijden klinken als een spraakgebrek, maar die voor de anderen codes vormen,
donkere belof-
tes, verlokkingen.
Ik bleef voor de stenen tafel staan. Eerst deed ze alsof ze me niet zag,
terwijl ze de vis behendig
van kieuwen en vinnen ontdeed. Ik bleef staan. Ze keek door me heen en riep
vrolijke obsceniteiten
naar een voorbijkomende man. Ik schoof mijn jas open. Ze hield een fractie van
een seconde op.
Toen liet ze iets uit haar handen vallen en bukte zich. Mijn geld had de tafel
niets eens geraakt.
Thuis zat ik urenlang naar de vis te kijken. Volgens onze verhalen schrijven
bezoekers dagelijks de
namen van geliefden in het water. De vissen happen die als broodkruimels van het
wateroppervlak.
Wie de vissen eet, zal die liefde voelen zwemmen in zijn bloed. Om hygiënische
redenen is die han-
del verboden. Hebt u onze reien al bekeken? Hoe die ’s nachts zwarter zijn dan
een wolkenloze he-
mel?’
(Bladzijde 45-46) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.