Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 16
‘Op zeker moment suggereert hij dat hij niet op eigen initiatief, maar op dat
van Zimmer schrijft. Het is zijn kortste
brief en luidt:
‘Ik ben zo vrij me op verzoek van de beste meneer Zimmer
gehoorzaam aan te bevelen en noem me
Uw
zeer gehoorzame zoon
Hölderlin’
(MA II, 956)
In een andere briefkaart waart de herinnering rond aan de vernederende
financiële afhankelijkheid van zijn moeder.
Misschien is deze brief daarom de verwarrendste:
‘Ik moet u waarschijnlijk dezer dagen als in genade zo ver van de paus
een bezoek brengen. Opdat die bezoekjes niet vertroebeld worden,
roer ik schriftelijk een gelooflijk of ongelooflijk onderwerp aan, de zo ver
herhaald lijkende woorden over het vermogen.
Weest u zo goed dat bijeen te brengen.
Uw
waarlijk gehoorzame zoon
Hölderlin’
(MA II, 955).’
(Bladzijde 245-246) Morgen verder met dit hoofdstuk 16.