Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 16
Omdat ik in mei Tübingen verliet, vroeg ik om een paar regels als
aandenken. “Zoals Uwe Heiligheid wenst,” zei
hij, “strofen over Griekenland, over de lente, over de tijdgeest?’ Ik vroeg
om “de tijdgeest”. Nu liep hij, ogen vol jeug-
dig vuur, naar zijn staande lessenaar, nam een vel papier en een veer met de hele
vlag eraan en schreef hij de vol-
gende regels, waarbij hij met zijn vingers van zijn linkerhand de regels op de
lessenaar scandeerde, en na voltooiing
van elke regel met een hoofdknik een tevreden en duidelijk “Hm” liet horen’
(Johann Georg Fischer; St.A. 7.3, 295):
De tijdgeest
De mensen zijn op de wereld om te leven,
Zoals jaren zijn en tijden hoger streven,
Gelijk verandering is, regeert het vele ware,
Dat bestendigheid komt in de diverse jaren;
Volmaaktheid vereent zich zo in dit ons leven,
Dat daaraan zit aanpast der mensen ed’le streven.
In onderdanigheid
24 mei 1748
Scardanelli
(MA I, 934)
(Bladzijde 248) Morgen verder met dit hoofdstuk 16.