Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 16
‘Zo ondertekende Hölderlin in zijn latere jaren zijn gedichten, met een
fictieve datum en met Scardanelli of Buonarroti,
en als hij tijdens een gesprek met ‘Hölderlin’ werd aangesproken, kon hij
erop staan dat hij niet Hölderlin heette, maar
Scardanelli of Buonarroti. Natuurlijk betekenden die namen iets voor hem. Bij
Buonarroti is dat overduidelijk, want dat
was een van de samenzweerders in de kring rond Babeuf bij de beraamde putsch
tegen het Directoire in 1797 en als
zodanig onderwerp van gesprek bij de jakobijnse vrienden rond Hölderlin. Een
reminiscentie dus aan een revolutionai-
re tijd.
Hölderlin schreef graag en onafgebroken. Gelukkig werd er bij de Zimmers niet
op papier beknibbeld. Het werd ge-
woon ook op de rekening voor kost, inwoning en verzorging opgevoerd. Helaas is
het meeste van wat in die tijd is ont-
staan vernietigd. De weinige gedichten die bewaard gebleven zijn, tonen een geest
die soms als een speelklok algeme-
ne wijsheden afdraait, maar telkens ook weer verrast met eigenaardige en ook
raadselachtige wendingen, een geest die
gericht blijft op de onmiddellijke natuurimpressies en die af en toe met mooie
dingen komt, die Eduard Mörike bewonder-
de.’
(Bladzijde 248-249) Morgen verder met dit hoofdstuk 16.