Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 17
‘Achim von Arnim, die patriottisme en gevoel voor schoonheid verbonden wilde
zien, citeerde uit de ‘Hyperion’ de
zinnen: ‘Waar een volk het schone mint, waar het de genius in zijn kunstenaars
eert, daar waait, als levenslust, een
algemene geest, daar opent zich het bedeesde bewustzijn, de eigendunk smelt, en
vroom en groot zijn alle harten,
en geestdrift baart dan helden’ […] (ST.A. 7.2, 436; KA 2, 171).
Het was de romantische publicist Joseph Görres, die Achim von Arnim wees op
het politieke element in Hölderlins
schrijven. Görres had in 1802 een recensie over ‘Hyperion’ gepubliceerd die
onopgemerkt was gebleven. Daarin ging
hij na wat het verband was tussen de romantische weltschmerz en de teleurstelling
om de revolutie bij Hyperion, en hij
liet doorschemeren dat het hem net zo vergaan was als Hyperion: ‘Wie ooit in
zijn hart verontwaardigd is geweest over
de slechtheid van de eeuw en de verdorvenheid van de getemde en gedresseerde
menselijke natuur […] die zal in Hy-
perion een broer begroeten, verbaasd zal hij zijn hele eigen verleden in hem
omarmen’ (gecit. naar ‘Hölderlin -Handbuch’,
477).
In die vroegere, nog sporadische lofliederen viel een toon van mededogen niet
te negeren.’
(Bladzijde 258-259) Morgen verder met dit hoofdstuk 17.