Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 17
‘Hölderlins verheven en tegelijk zachte zang heeft niet kunnen verhinderen
dat geprobeerd is met hem de trom te
roeren. In 1943 werd een veldbloemlezing in een oplage van 100.000 exemplaren
naar het oostfront gestuurd. De
propagandisten volstonden met de opmerking dat voor Hölderlin het vaderland iets
heiligs was geweest en dat hij
daarom geschikt was als ‘goede kameraad van onze mannen’ (gecit. naar
Hölderlin-Handbuch, 445).
Die veldbloemlezing was wel het werk van de grondleggers van de ‘Grosse
Stuttgarter Ausgabe’ (St.A.), die in het
jaar van de honderdste sterfdag van Hölderlin aan hun werk waren begonnen. Ze
lieten zich dus voor een karretje span-
nen, maar voorts verrichtten de geleerden rond Friedrich Beissner onberispelijk
werk en wisten ze zich met succes te
verweren tegen verdere ideologische inpalming. Maar ze konden niets uitrichten
tegen de pesterijen bij de papierrant-
soenering en de toebedeling van drukcapaciteit. De uitgave, acht delen in
vijftien banden, werd pas in 1985 voltooid.
Ze ligt ten grondslag aan alle andere Hölderlin-uitgaven, met uitzondering van
de zogenaamde ‘Frankfurter Hölderlin-
Ausgabe’ vanaf 1975 e.v., die qua bezorging geheel eigen wegen ging: elk
voorstadium wordt – zelfs als facsimile van
het handschrift – vastgelegd.’
(Bladzijde 269-270) Morgen verder met dit hoofdstuk 17.