Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 17
‘Niet zozeer het voltooide wordt weergegeven, maar de langzame wording van een
gedicht, dat eigenlijk nooit voltooid
kan worden. Zo kunnen we ook iets van Hölderlin opsteken, namelijk het verhaal
over een eindeloze, nooit zijn doel be-
reikende benadering van een absolute tekst.
We moeten nog wijzen op een ander bijzonder verhaal over een eindeloze
toenadering. Het is het verhaal over de ma-
nier waarop Heidegger met Hölderlin is omgegaan. De diepzinnige Zwaab uit
Messkirch, die op het spoor van het zijn was,
voelde zich innig verbonden met de diepzinnige dichter uit Nürtingen, die op het
spoor van de goden was. Dat ging zo ver
dat Heidegger de verbondenheid op een hoger, mythisch niveau bracht. Hölderlin
had in zijn hymne ‘De Ister’ de loop van
de Donau ‘omgekeerd’ naar de bron gevolgd (MA I, 476). Niet zonder trots had
Heidegger er in een gesprek op gewezen
dat die bron, het landschap van de jonge Donau, zijn geboortestreek was. Hij komt
dus van waar Hölderlin zich naar terug-
droomt.
Heidegger mocht dan wel van jongs af aan een innige verhouding met Hölderlin
hebben gehad, pas zijn mislukking als
eerste nationaalsocialistische rector van de universiteit van Freiburg bracht hem
ertoe van Hölderlin het grote thema van
zijn leer te maken. Vanaf dat moment dateert zijn levenslange publieke
‘tweegesprek’, zoals hij het noemde.’
(Bladzijde 270) Morgen verder met dit hoofdstuk 17.