Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 17
‘De raadselachtige figuur van Hölderlin zet tot op de dag van vandaag de
literatuurwetenschap aan tot duizeling-
wekkende studies,, juist omdat Hölderlin door het brede publiek amper meer
gelezen wordt en daarom het correc-
tief door een onbevangen, directe en niet-academische lectuur ontbreekt. Zo wordt
Hölderlin, te belangwekkend
om te vergeten, de aanleiding tot een show, opgevoerd door de telkens actuele
wetenschappelijke methode, of die
nu geschiedfilosofisch, immanent, structuralistisch of deconstructivistisch is.
Er valt altijd wel iets te halen. Had Höl-
derlin niet zelf gezegd dat zijn werk ‘vol eindeloze duiding’ zat?
Ook de filosofen hebben in de laatste decennia, zoals nooit tevoren,
Hölderlin ontdekt, om te beginnen Dieter Hen-
rich en daarna ook Manfred Frank. Op de zeer smalle basis van de weinige
expliciet filosofische teksten van Hölder-
lin hebben ze zeer uitvoerige uiteenzettingen gegeven, die Hölderlins pogingen
om de subjectivistische aspecten in
de beginfase van het Duitse idealisme te overwinnen tot onderwerp hebben.
Hölderlin, die door zijn vriendschap met
Hegel en Schelling actief bij dat begin betrokken was, werd steeds sceptischer
over het fatalisme alles vanuit het be-
wustzijn te willen ontwikkelen.’
(Bladzijde 272-273) Morgen verder met dit hoofdstuk 17.