Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 17
‘Bij de gepolitiseerde receptie sinds de jaren zestig voegde zich de
psychiatrische. Michel Focault had met
zijn meesterwerk ‘Geschiedenis van de waanzin in de zeventiende en achttiende
eeuw’ de aandacht gericht
op ‘het andere verstand’. De waanzin kreeg een aura, men ontdekte er de
duistere waarheid in over de zoge-
naamde redelijke omstandigheden.Zeker, sinds Plato kennen we de ‘edele
waanzin’ van de dichters, maar
sinds Foucault heeft dat oeroude discours een nieuwe wending genomen. Wat de
burgerlijke wereld, de zoge-
naamde normaliteit, van zich wegduwt, kan nu als subversief gelden. Behalve de
jakobijn Hölderlin was er nu
dus ook nog de door de waanzin getekende waarlijk subversieve mens. Op die manier
werd het revolutionaire
nog dieper in Hölderlin aangebracht, het ging nu om meer dan alleen het
politieke discours: veeleer revolteert
er een elementair verlangen op de bodem van het zijn. Met dat alles was ervoor
gezorgd dat Hölderlin geheim-
zinnig bleef.’
(Bladzijde 274) Morgen verder met dit hoofdstuk 17.