Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Inademen, uitademen. Angst als deze maakte de aarde weer plat en liet me
geloven dat de
geringste beweging volstond om in een oneindige afgrond te tuimelen.
Natuurlijk zorgde de duisternis ervoor dat ik waarnam wat er misschien niet was –
maar wat er
had kunnen zijn. Hoe kon het ook anders? Het was juist die angst die ervoor
zorgde dat ik niet
in slaap viel. Dat mijn zintuigen zich in een verhevigde staat bevonden. Dat ik,
zoals die jongen
op de laatste boomstam, midden in de oneindige, apocalyptische oceaan, plots
haarscherp be-
sefte dat ik alleen was. Een besef dat even hard aankwam als een vuistslag tussen
de ogen.
Inademen, uitademen.
Is het echt mogelijk om in een stad als deze alleen te zijn? Ondanks al die
bezoekers en al die
vingertoppen die dagelijks de namen van geliefden in het water schrijven. In
sommige steden
gooit men munten in fonteinen of stopt men papiertjes in een muur.’
(Bladzijde 33) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.