Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Denk: iemand houdt een handpalm op enkele centimeters van mijn wang.
Denk: iemand brengt een mond naar mijn gezicht.
De lippen glanzend als de binnenkant van een vrucht.
Iemand houdt een vrucht op enkele centimeters van mijn mond.
Iemand knijpt die vrucht boven mijn mond leeg.
Druppels langs mijn mondhoeken, mijn kin, mijn wangen.
Over mijn hals.
Denk: iemand begint me met die woorden in te smeren.
Hou nu op met denken.
Het enige wat nodig is, is een tong. Dat is de geheime bron waaruit alles opwelt.
Veelkleurig.’
(Bladzijde 64) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.