Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Er zijn schilders die verf op doek of paneel aanbrengen met een penseel, met
één varkenshaartje
of zelfs met één wimper, met hun vingers, met hun hele lichaam, of met het
lichaam van iemand an-
ders, met een specifiek onderdeel van hun lichaam, met een spuitbus, met een
plamuurmes, met een
emmer in de hand die druipt en sijpelt. Onstelpbaar over doek of paneel
neergutsend.
Ik schilder zonder verf. Ik kijk je aan en op dat moment voel je hoe een tong
letters in je mondholte
schildert. Woorden, zinnen die smelten, je keel binnenvloeien, je slijmvlies
binnendringen en zich ver-
spreiden door bloedbaan en zenuwstelsel als een binnenlichamelijk schilderij.
Kom binnen. Maak je keuze. Wie wil je? Mij, mij of mij? Ik kan elke gedaante
aannemen.
Ik herinner me, zoals iedereen, de eerste keer. Ik was verliefd op een jongen.
Altijd ben ik in constante
staat van verliefdheid geweest. Dat is mijn motor, dat zoemende hart dat ik dag
en nacht het warme
bloed door mijn aderen hoor pompen. Ongebreideld. Met volle teugen.’
(Bladzijde 65) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.