Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 12
‘In die brief kondigde Hölderlin zijn verhuizing naar Stuttgart aan. Hij
achtte zich intussen dan wel in staat zijn ‘literaire
werk steeds zo onderbroken’ voort te zetten, maar hij wist nu ook dat het beter
was om niet ‘enkel […] daarop te ver-
trouwen’ . Hölderlin was in de laatste maanden in Homburg weer naar een baan
als huisleraar op zoek. In januari 1800
had hij bezoek gekregen van Christian Landauer, een lakenkoopman uit Stuttgart,
die bij een zakenreis naar Frankfurt
de gelegenheid aangreep zijn landgenoot Hölderlin, wiens ‘Hyperion’ hij
bewonderde, te bezoeken. Hij ried hem ook in
naam van uitgever Steinkopf aan om naar Stuttgart te verhuizen. Daar zou hij een
kring mensen vinden die hem wisten
te waarderen.
De twee hadden elkaar snel leren vertrouwen, want Landauer bood Hölderlin een
woning in zijn huis aan. Landauer
was in die dagen om zakelijke redenen ook bij bankier Gontard uitgenodigd, en
Susette had Hölderlin daarover verteld:
‘Acht dagen geleden waren er landgenoten van jou bij ons te eten, het leek me
niet anders mogelijk dan dat ze jou ge-
zien moesten hebben, en ik voelde me daarom in hun gezelschap thuis, ook hun taal
was me aangenaam en ik dacht
steeds dat als ze alleen met me zouden zijn zij over jou zouden spreken, hoe
graag had ik dat gewild met mensen die
jou kennen en jou waarderen zoals ik’ (30 januari 1800; MA II, 855).’
(Bladzijde 178-179) Morgen verder met dit hoofdstuk 12.