Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 13
‘Hölderlin verwachtte veel van die vrede, hij voelde een wending in de diepte
van de tijd. Op dat historische moment
leek het hem alsof het eindelijk dag zou worden in de godennacht. ‘Ik denk dat
het nu goed gaat komen met de wereld.
Ik overdenk graag de aanstaande of de allang voorbije tijd, alles lijkt mij
zeldzame dagen, de dagen van een mooie men-
selijkheid naderbij te brengen, dagen van een vaste, vreesloze goedheid en
gezindheden, die even opgewekt als heilig
en even verheven als eenvoudig zijn’ (aan zijn zus, 23 februari 1801; id.).
Bij veel tijdgenoten waren in die tijd grote verwachtingen gewekt over een
duurzame Europese vreedzame ordening,
omdat de Franse hegemonie bezegeld leek en het aura, dat Napoleon intussen omgaf,
op heel Europa begon af te stra-
len. Hij werd gezien als de erfgenaam van de revolutie en tegelijk als de
overwinnaar ervan, waardoor hij de sympathie
en de bewondering wekte bij politieke kampen die elkaars vijanden waren.
Desalniettemin waren het relatief nuchtere ver-
wachtingen. Er werd niet gerekend op een hemel op aarde. Maar bij Hölderlin was
dat anders.’
(Bladzijde 201) Morgen verder met dit hoofdstuk 13.