Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 14
‘Op 10 december 1802 ging Hölderlin vanuit Nürtingen op weg, zoals zo vaak te
voet. Eigenlijk had hij genoeg
geld bij zich om zich een reis met een koets te kunnen veroorloven, maar
Hölderlin de wandelaar wilde het anders.
Hij nam de besneeuwde weg door het Hochschwarzwald, langs Freudenstadt. Bij de
grensovergang naar Straats-
burg deden er zich moeilijkheden voor. In Frankrijk waren er weer eens onlusten.
Het was de tijd waarin Napoleon
met zijn benoeming tot consul voor het leven vlak voor de machtsovername stond.
Politie en leger verkeerden in
staat van alarm, en er was de instructie buitenlanders voorlopig aan de grens
tegen te houden, althans ze niet naar
Parijs te laten reizen. Hölderlin, die van plan was via Parijs te gaan, kreeg
pas na twee weken toestemming door te
reizen, maar op voorwaarde dat hij de weg via Lyon zou nemen en zich daar bij de
politie zou melden.’
(Bladzijde 215) Morgen verder met dit hoofdstuk 14.