Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 14
‘In de voorlaatste strofe spreekt Hölderlin de landgraaf rechtstreeks aan:
‘Want één ding weet ik,/ Dat namelijk
de wil/ van de eeuwige Vader veel U waard is […] (id.; v. 200-203).
En Hölderlin zelf, hoe staat het met zijn vertrouwen in de wil van de
‘eeuwige Vader’? Misschien geven de aan-
sluitende regels het antwoord: ‘Stil is zijn teken/ aan de donderende hemel. En
één staat eronder/ Zijn leven lang’
(id.; v. 203-205).
Ook als Christus samen met zijn ‘broeders’, de Griekse goden, in de
herinnering voortleeft, er resteert slechts
een wachten onder een donderende hemel, waar de ‘tekenen’ niettemin
eigenaardig ‘stil’ blijven.
Ongeveer in dezelfde tijd of vlak erna ontstond ‘Aandenken’, het gedicht
dat, anders dan de ‘Patmos’ – hymne,
aangrijpend duidelijk is. Een wonder. Het is een van de laatste nog heldere
gedichten. Wat erna komt, heeft een
duistere betovering, slechts hier en daar verlicht door een plotselinge
geestesflits.’
(Bladzijde 226) Morgen verder met dit hoofdstuk 14.