Weer verder met ‘Hölderlin, biografie vaneen mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 17
‘Weggelaten waren ook de late gedichten, ‘waarin de helderheid van geest al
in aanzienlijke mate vertroebeld
lijkt’ (St.A. 7.2, 567). Uhland gaf toe dat ‘de grenslijn nogal moeilijk te
trekken’ viel. Schwab en Uhland hadden
die in elk geval behoorlijk krap getrokken. De hymne ‘Patmos’, ‘Brood en
wijn’ en ‘Thuiskomst’ bleven er bijvoor-
beeld buiten.
In 1843 verscheen een tweede druk, aangevuld met een biografie, die Gustav
Schwab op grond van informatie
van Karl Gok had samengesteld. Hölderlin heeft die uitgave nog gezien. Maar bij
het exemplaar dat hem werd aan-
geboden, was de biografische schets eruit gesneden.
Drie jaar na Hölderlins dood bracht de zoon van Gustav Schwab, Christoph
Theodor, die als student al het ver-
trouwen van Hölderlin had gewonnen, een tweedelige uitgave uit, die op geen
stukken na alle tot dan toe gevonden
gedichten en fragmenten bevatte, maar wel enkele van de theoretische teksten over
esthetica, zoals de ‘Reden voor
Empedocles’, en onder de biografische documenten van deel twee naast enkele
brieven een verzameling ‘Gedichten
uit de tijd van de waanzin’.’
(Bladzijde 260-261) Morgen verder met dit hoofdstuk 17.