Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’, van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 1
‘Via haar was Hölderlin verre familie van Schelling, Hegel, Uhland en Karl
Friedrich Reinhardt, ook een voormalige
student van het Stift, die in het revolutionaire Frankrijk opklom tot minister
van Buitenlandse Zaken.
In die kringen steunde men elkaar, waakte streng over de reputatie, gedroeg zich
meestal vroom, en was ijverig,
zelfbewust en trots op de eigen moraal, waarmee men zich afzette tegen de
gewantrouwde zedeloosheid aan het
hof van de vorst.
Vader Heinrich Friedrich was hofmeester van het klooster, net als de grootvader.
Hij beheerde de landgoederen van
het geseculariseerde klooster Regiswindis in Lauffen. Een vooraanstaande baan,
die behoorlijk wat geld in het laatje
bracht. De grootvader had in zijn functie al enig vermogen vergaard, dat
Heinrich Friedrich, een bekwame jurist, had
weten te vergroten. Maar veel tijd had hij daar niet voor, want al in 1772,
slechts twee jaar na Friedrich Hölderlins
geboorte, overleed deze opgewekte, sociale, aan wereldse geneugten gehechte en
tot op dat moment kerngezonde man
geheel onverwachts aan een beroerte.’
(Bladzijde 15-16) Morgen verder met dit hoofdstuk 1.