Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 15
‘Maar het is opvallend hoe Hölderlin enerzijds het overweldigende van het
klassieke schrijven benadrukt en ander-
zijds in de commentaren het technische, het geraffineerd gemaakte, benadrukt, de
‘wetmatige berekening’, zoals hij
het noemt (MA II, 309). Dat mag ongehoord zijn, maar het heeft methode.
In de zomer van 1804 verhuisde Hölderlin naar Homburg.
Daar raakte hij in een vreselijke affaire, die Kirchner heeft gereconstrueerd
en die tot de definitieve instorting van
Hölderlin heeft geleid. Ze begon in Stuttgart, waar Sinclair naartoe gegaan was
om Hölderlin af te halen en naar Hom-
burg mee te nemen.
Sinclair werd begeleid door Blankenstein, zijn vriend van dat moment,
misschien ook zijn minnaar. Een intelligente,
mooie, innemende jongeman van eenentwintig jaar, en toch ook, zoals al snel
bleek, een dubieuze figuur, die Sinclair
en Hölderlin in het ongeluk zal storten.’
(Bladzijde 234-235) Morgen verder met dit hoofdstuk 15.