Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 15
‘Aron Levi of Anton Leopold Wetzlar of Alexander Blankenstein, zoals zijn naam
na zijn bekering tot het christendom
luidde, had als zeventienjarige al een buitengewoon talent aan de dag gelegd voor
geraffineerde en ook frauduleuze
financiële projecten. Hij kwam eind 1803 direct vanuit de gevangenis in
Frankfurt, waar hij had vastgezeten wegens
oplichterij, naar Homburg. In een mum van tijd wist de jongeman in Homburg de
landgraaf en Sinclair te winnen voor
het oprichten van een loterij, die het kleine landje moest verlossen van zijn
financiële problemen. Behalve Blankenstein
zelf en zijn medeplichtige, advocaat Euler, heeft waarschijnlijk geen van de
deelnemers het project werkelijk doorzien.
De loterij bracht het land niet de beloofde winsten, maar vulde wel de zakken van
Blankenstein en zijn kompaan.
In juni 1804, toen het bedrog nog niet aan het licht was gekomen en Sinclair
nog geloofde in zijn vriendschap met
Blankenstein, kwam het tot de noodlottige tafelrondes met leden van de landdag.
Het waren in die tijd politiek opwinden-
de dagen, want het conflict tussen de intussen tot keurvorst opgeklommen hertog
en de vertegenwoordiging van de stan-
den had zich verscherpt.’
(Bladzijde 235) Morgen verder met dit hoofdstuk 15.