Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 15
‘De beschuldiging had het beoogde effect. De keurvorst van Würtemberg eiste
van de landgraaf de uitlevering
van Sinclair. De landgraaf stribbelde eerst tegen, maar gaf ten slotte toe, en zo
werd Sinclair op 26 februari in zijn
huis gearresteerd. Hij stelde zijn gealarmeerde moeder gerust met de verklaring
dat hij onschuldig was, maar dat
hij lichtzinnig was geweest. Hij werd naar Ludwigsburg overgebracht, waar direct
begonnen werd met strenge ver-
horen, waarbij Sinclair zich behendig wist te verdedigen. Maar hij bleef vier
maanden in hechtenis, waarvan twee
In volledige afzondering.
Intussen was er ook tegen Hölderlin een onderzoek gestart. Op 4 maart 1805
werden inlichtingen over Hölderlins
gedrag en gemoedsgesteldheid gevraagd aan de ambtelijke dienst en het decanaat in
Nürtingen en een dag later
aan het consistorie in Ludwigsburg. Het consistorie antwoordde dat Hölderlin
aanvankelijk aan de hoge verwachtin-
gen had voldaan, ‘tot hij uiteindelijk door te veel geestelijke inspanning
lichtelijk in de war raakte’ (id. 210), maar er
was wel kans op ‘geestelijke genezing’, op voorwaarde dat hij ten gevolge van
zijn terugtrekking in zijn ‘studeerkamer’
niet overgeleverd zou blijven aan zijn ‘levendige fantasie’.’
(Bladzijde 237) Morgen verder met dit hoofdstuk 15.