Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 17
‘Zo verdiept Heidegger zich in Hölderlins wereld, hij tekent de
natuurbeelden en poëtische landschappen liefde-
vol na, maar cirkelt ook fluisterend en plechtig om de uitspraken heen, er steeds
op bedacht dat hijzelf, de denker,
in het spel blijft als de enige die de bal die Hölderlin geworpen heeft kan
opvangen. Je wordt bij dat alles ook in de
wereld van Hölderlin gezogen, maar meer nog in die van Heidegger. Bij Heideggers
duidingsspel gaat het uiteinde-
lijk om verlossing, om thuiskomst in een wereld van geestelijke rijkdom, die niet
te danken is aan afsluiting, maar aan
de open verte. Heidegger noemt het in aansluiting op Hölderlin ‘het
vierspan’ uit aarde en hemel, goden en mensen.
Hölderlins empathische woorden over het ‘opene’ hebben Heidegger betoverd,
en ze hebben hem inderdaad geholpen
om aan de ban van de nationaalsocialistische ideologie te ontsnappen. Want het
‘volk’, waarover Heidegger blijft spre-
ken, is nu niet meer het ‘volkse’, maar het volk van Hölderlin.
Waarschijnlijk is er geen andere grote filosoof die als Heidegger zijn denken
zo verbonden heeft met het werk van een
dichter. Maar het is de vraag of dat altijd in het voordeel van Hölderlin
uitpakt.’
(Bladzijde 271-272) Morgen verder met dit hoofdstuk 17.