Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Toen ik het huis verliet, zag ik de krassen op deuren en ramen. Ze deden me
denken aan
de verhalen over mensen die ontwaken in hun kist.
Toen ik thuiskwam en mijn fiets de trapjes op droeg, merkte ik de banaan op.
Geklemd on-
der het zadel. Eerst dacht ik aan een grap. Maar toen ik de banaan losgepeuterd
had, zag
ik de woorden. Iemand had ze met de vingernagels op de schil geschreven.Ik
herkende de
zin onmiddellijk: ‘Naar het schijnt kun je de bliksem vangen door zelf het
hoogste punt te zijn
in een vlakte.’
Niemand weet precies hoeveel kerken we hebben. Misschien schieten ze als
champignons
op terwijl wij de lucht afspeuren of veranderen ze van plaats als we met de ogen
knipperen.
Ik weet alleen dat ongeveer elke straat raakt aan een kerkmuur en dat de vloeren
door dui-
zenden knieën en de muren door miljoenen gebeden gladgeboend zijn. Een matte
glans, zo-
als van bijenwas. Gebalsemd. Opgebaard. Dood.’
(Bladzijde 18-19) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.